Maatregelen Belastingplan 2021 voor particulieren

 

Aanpassing aftrek specifieke zorgkosten:
Naar aanleiding van een arrest van de Hoge Raad (het zogenaamde trapliftarrest) wil de staatssecretaris de aftrek van specifieke zorgkosten aanpassen. Het is echter nu nog onduidelijk wat deze aanpassingen zullen gaan worden.

Wijziging eigen woningforfait en uitzendregeling:
Per 1 januari 2020 is het eigen woningforfait verlaagd. Deze verlaging geldt ook voor woningen welke zich kwalificeren als eigen woning op grond van de uitzendregeling. Om onduidelijke redenen wil het kabinet niet dat de uitgezonden werknemers ook van deze regeling gebruik maken. Het is nog onduidelijk welke maatregelen zullen worden ingevoerd ter reparatie.

Pro rata aftrek buitenlandse belastingplichtige:
Indien buitenlands belastingplichtigen minsten 90% van hun inkomen in Nederland verdienen, kunnen zij de negatieve inkomsten uit eigen woning in hun woonland aftrekken op dezelfde manier als binnenlands belastingplichtigen dit mogen. Hetzelfde geldt voor de persoonsgebonden aftrek die pro rata aftrekbaar is. Door Europese rechtspraak dient Nederland in specifieke gevallen ook de pro rata aftrek toe te staan aan niet kwalificerende belastingplichtigen. Dit is reeds verwerkt in een besluit van de Staatssecretaris. Naar het zich laat aanzien, zal dit besluit een wettelijke grondslag krijgen in het belastingplan 2021. De niet kwalificerende belastingplichtigen die recht hebben op de pro rata aftrek betreffen:

  • Inwoner van een ander lidstaat van EU/EER, Zwitserland ode BES-eilanden.
  • Indien naar Nederlandse maatstaven bepaalde (wereld)inkomens voor minstens 90% in twee of meer staten (waaronder Nederland) dan de woonstaat is onderworpen aan loon- en inkomstenbelasting.
  • Indien naar Nederlandse maatstaven het bepaalde (wereld)inkomen niet voor meer dan 90% of meer in een andere bronstaat dan Nederland onderworpen is aan loon en inkomstenbelasting en
  • Hij/zij een inkomensverklaring van de belastingautoriteit van de woonstaat verstrekt.

Hervorming van box 3:
Hoewel in een eerder stadium is aangegeven dat de vermogensrendementsheffing in Box 3 zal worden aangepast, is het voorstel gedaan door de vorige Staatssecretaris ingetrokken. Het is nog niet duidelijk wanneer een nieuw concreet wetsvoorstel zal worden aangeboden. Toch komt er voor 2021 wel een wijziging in Box 3 en wel de verhoging van de heffingsvrije drempel  naar € 50.000 per belastingplichtige.

Belaste verhuur deel eigen woning:
Naar aanleiding van een uitspraak van het Hof Amsterdam is de Staatssecretaris in cassatie gegaan bij de Hoge raad. Dit betrof een procedure waarbij een belastingplichtige een bij zijn woning gelegen tuinhuisje apart verhuurde. Door dit tuinhuisje als Box 3 vermogen aan te merken, kon de huur onbelast worden ontvangen omdat belastingheffing plaatsvond voor de waarde van het tuinhuisje in de vermogensrendementsheffing Box 3. Aangezien er nog geen definitief arrest is van de Hoge Raad, meent de Staatssecretaris al te moeten voorsorteren in geval de Hoge raad meegaat met de Hofuitspraak. Naar het zich laat aanzien zal de verhuur in soortgelijke gevallen als inkomsten tijdelijke verhuur en derhalve de regeling qua belastingheffing gaan volgen zoals deze ook voor Box 1 woningen geldt.

Verhoging Overdrachtsbelasting:
Voorstel is om de overdrachtsbelasting voor starters op de woningmarkt af te schaffen. Het zal dan gaan om mensen tussen de 18 en 35 jaar die voor het eerst een eigen woning aanschaffen. Daar staat weer tegenover dat woningen die ouders voor kinderen aanschaffen voor de Overdrachtsbelasting belast zullen gaan worden tegen 8%. Ditzelfde tarief geldt voor ondernemings- en verhuurpanden.

Verlaging effectieve aftrektarief:
Vanaf 1 januari 2020 is het niet meer mogelijk om diverse posten af te trekken tegen het hoogste tarief. De aftrek is met ingang van 2020 nog maar mogelijk met als hoogste tarief:

  • 2020:                     46%
  • 2021                      43%
  • 2020                      40%
  • 2023                      37,05%

Dit geldt voor de navolgende aftrekposten:

  • Aftrekbare kosten met betrekking tot de eigen woning (hypotheekrente)
  • Persoonsgebonden aftrek:
    • Uitgaven voor onderhoudsverplichtingen (alimentatie)
    • Uitgaven voor specifieke zorgkosten;
    • Weekenduitgaven voor gehandicapten;
    • Scholingsuitgaven (inmiddels afgeschaft);
    • Uitgaven voor monumentenpanden (inmiddels afgeschaft)
    • Aftrekbare giften;
    • Restant persoonsgebonden aftrek van voorgaande jaren;
    • Verliezen op beleggingen op durfkapitaal voor zover dat op grond van overgangsrecht nog aftrekbaar is.

Aanpassen giftenaftrek:
Voor de giftenaftrek zullen met ingang van 1 januari 2021 de navolgende wijzigingen worden doorgevoerd:

  • Contante giften komen niet langer voor de giftenaftrek in aanmerking;
  • Aanscherping integriteitstoets ANBI’s;
  • Beperking van de automatische toekenning van de status van ANBI’s aan overheidsinstellingen.