Wettelijk minimumloon 1,03% hoger

Sinds 1 juli 2018 bedraagt het wettelijk minimumloon voor werknemers van 22 jaar en ouder € 1.594,20 bij een fulltime werkweek. Jongere werknemers moeten op grond van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) minstens een bepaald percentage van dit bedrag krijgen.

 

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het wettelijk minimumloon sinds 1 juli 2018 in de Staatscourant gepubliceerd. Het wettelijk minimumloon wordt elk halfjaar aangepast aan de gemiddelde contractontwikkelingen. De uitkeringen van de sociale verzekeringen zijn aan het wettelijk minimumloon gekoppeld, dus die veranderen mee.

 

Minimumuurloon afhankelijk van werkweek

Sinds 1 juli is het minimumloon 1,03% hoger dan in de eerste helft van 2018. Dat brengt het brutominimumloon op € 1.594,20 per maand, € 367,90 per week en € 73,58 per dag. Een vast brutominimumloon per uur is er nog niet. Het minimumuurloon hangt nu af van de lengte van een fulltime werkweek in de organisatie.

 

Minimumloon jongeren hangt af van leeftijd en situatie

Werknemers die jonger zijn dan 22 jaar hebben recht op het voor hun leeftijd geldende minimumjeugdloon. Welke bedragen precies voor hen van toepassing zijn, hangt af van hun situatie. Voor jongeren van 18, 19 of 20 jaar waarmee in hun arbeidsovereenkomst afspraken zijn gemaakt over een beroepsbegeleidende leerweg (BBL), gelden namelijk andere minimumbedragen dan voor andere jonge werknemers.

 

Parttimers hebben recht op minimumloon naar rato

De genoemde minimumbedragen gelden bij een fulltime werkweek. Werkt een werknemer bijvoorbeeld maar 60% van de fulltime uren in de organisatie, dan heeft hij ook recht op 60% van het bruto wettelijk minimumloon.
Met ingang van 2018 geldt het wettelijk minimumloon niet alleen voor werknemers, maar ook voor opdrachtnemers die geen zelfstandige zonder personeel zijn, voor werknemers die een stukloon ontvangen en bij overwerk en meerwerk.

 



Naar het overzicht