Afschaffing dividendbelasting

Al enige tijd is het voornemen tot afschaffing van de dividendbelasting een veel besproken onderwerp in de diverse media. Maar we rekenen ons hierbij al te snel rijk. De Dividendbelasting zal, naar het zich nu laat aanzien, inderdaad worden afgeschaft. Maar de belegger met zijn vermogen in Box 3 zal hier niet veel van merken. En de DGA met zijn winst aanmerkelijk belangheffing in Box 2 al helemaal niet. Sterker nog, de DGA gaat er in de komende jaren zelfs op achteruit!

 

Hoe zat het ook alweer met de Dividendbelasting?

De dividendbelasting is in feite een voorheffing op de uiteindelijk te betalen belasting. Een belegger met zijn aandelen Koninklijke Shell ontvangt jaarlijks een mooi dividend van deze maatschappij. Stel dat hij € 100 bruto dividend krijgt uitgekeerd, dan ontvangt hij netto € 85 op zijn bankrekening. De Shell houdt € 15 Dividendbelasting in en draagt deze af aan de Belastingdienst. De belegger vult jaarlijks zijn aangifte Inkomstenbelasting in. In zijn vermogen Box 3 geeft hij de waarde van zijn aandelenpakket Shell aan. Tevens geeft hij aan dat hij reeds € 15 aan Dividendbelasting heeft betaald. Deze Dividendbelasting mag hij aftrekken als voorbelasting. Afhankelijk van de totaal te betalen belasting moet hij bijbetalen of krijgt hij terug.

 

Hoe zit het eigenlijk met de Aanmerkelijkbelanghouder en uitkering dividend?

Onder de huidige regeling moet een aanmerkelijkbelanghouder (AB-houder), die dividend vanuit zijn B.V. of N.V. uitkeert, eerst 15% dividendbelasting afdragen aan de belastingdienst. Deze Dividendbelasting is wederom een voorheffing voor de later te betalen winstaanmerkelijkbelangheffing.

 

Wie is ook alweer een Aanmerkelijkbelanghouder?

Een aanmerkelijkbelanghouder is een belastingplichtige die, al dan niet tezamen met zijn partner, direct of indirect voor ten minste 5% van het geplaatste kapitaal aandeelhouder is in een vennootschap waarvan het kapitaal geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld. Hieronder kunnen we ook verstaan ten minste 5% van de rechten op deze aandelen, direct of indirect, maar ook ten minste 5% van de winstbewijzen. Over het algemeen zijn dit B.V.’s of N.V’s.

 

Wat gaat de aanmerkelijkbelanghouder merken van de afschaffing van de Dividendbelasting?

Indien een B.V./N.V. een dividenduitkering onder de huidige wetgeving doet gedurende het jaar, moet de B.V./N.V.  een aangifte Dividendbelasting indienen. Op het bruto dividend dient nu nog 15% Dividendbelasting te worden ingehouden. De verschuldigde Dividendbelasting dient binnen één maand te worden betaald aan de Belastingdienst. Deze afgedragen Dividendbelasting is weer een voorheffing op de uiteindelijk te betalen belasting.

Overigens is de winstaanmerkelijkbelangheffing niet beperkt tot dividenduitkeringen vanuit een B.V. of N.V. In feite iedere onttrekking uit de winstreserves zal leiden tot aanmerkelijkbelangheffing. Dit geldt over het algemeen ook voor de winst die een AB-houder genereert bij de verkoop van zijn aandelen in deze B.V. of N.V. 

Wij gaan er vanuit dat in de toekomst geen aangiften Dividendbelasting meer behoeven te worden gedaan. Immers er is geen materiële belasting verschuldigd. Echter, dit is een aanname en nog geen besluit of wetgeving.

 

Dus het valt allemaal nog wel mee?

Dat is te zeggen. De administratieve rompslomp zal wellicht minder worden, maar de AB-houder staat nog wel een belastingverhoging te wachten daar waar het gaat om de winstaanmerkelijkbelangheffing. Echter, deze staat los van de afschaffing van de Dividendbelasting.

Doordat de tarieven in de Vennootschapsbelasting naar verwachting de komende jaren gaat dalen, zal de winstaanmerkelijkbelangheffing gaan stijgen en wel als volgt:

 

2018

2019

2020

2021

         

VPB-tarief tot € 200.000

20,00%

19,00%

17,50%

16,00%

VPB-tarief vanaf € 200.001

25,00%

24,00%

22,50%

21,00%

Winstaanmerkelijkbelangheffing

25,00%

25,00%

27,30%

28,50%

 

Er is geen overgangsregeling. Dat houdt dus in dat winsten, welke in het verleden tegen de hogere VPB-tarieven zijn belast, bij uitkeringen vanaf 2020, tegen de dan geldende tarieven voor de winstaanmerkelijkbelangheffing belast zullen worden.

 

Aangezien overtollige reserves uit het verleden cumulatief hoger belast worden, is het raadzaam om voor 2020 deze overtollige reserves uit de onderneming te onttrekken. Voorwaarde hiervoor is wel dat de continuïteit van de onderneming gewaarborgd blijft. Om dit aan te kunnen tonen, dient de uitkeringstoets opgesteld te worden. Wij kunnen u hier uiteraard bij van dienst zijn en een passend advies voor u opstellen!

 



Naar het overzicht